Wat vertellen planten ons?

Hoewel sommige mensen denken dat onze inheemse planten ons alleen maar komen pesten, hebben ze vele ecologische functies. Voor ons zijn ze om meerdere redenen nuttig. Een daarvan is dat ze ons heel veel kunnen vertellen over de bodemgesteldheid.

Let wel: het gaat om indicatorplanten, niet om exacte wetenschapsplanten. Een ongezond exemplaar van een van de genoemde soorten zegt feitelijk niets. Minimaal drie gezonde exemplaren zeggen al weer een stuk meer, maar alleen over de plek waar ze staan. Een meter verderop kunnen totaal andere planten staan.

Hieronder staat een aantal lijstjes met indicatorplanten die je kunnen helpen om je bodem beter te leren kennen.

AkkerdistelAlgemeen op stikstofrijke grond
AkkerwindeKan wijzen op een verdichte laag. Zandige tot licht kleiige grond
DuivenkervelVochthoudende grond met goede structuur. Stikstofrijke bodem.
Ereprijs-soortenWijst op vruchtbare grond met goede structuur, meestal zware (klei) grond
HeermoesAlle grondsoorten
HerderstasjeAlgemeen, vooral kalk- en stikstofrijke grond
HerikAlgemeen, klei- en leemgrond
KamilleKalkarme zand- en leemgronden. Kleigrond met slechte structuur
KlaproosVoedselrijke bodem
KlaverzuringVochtige, vrij zure grond
KleefkruidDiverse vruchtbare grondsoorten
Kleine brandnetelWijst op goede grondstructuur en rijk aan voedingsstoffen. Vooral op niet-zure tuinbouwgrond
Kleine veldkersAlgemeen, vochtige zandgrond en zandleemgrond
Klein kruiskruidAlgemeen op voedzame grondsoorten
KnopherikLichte en leemhoudende zandgrond, vaak op zure grond
KnopkruidAlgemeen, lichtere, bewerkte grond
KroontjeskruidVoedselrijke bodem
Kruipende boterbloemVochtige bodem
KweekAlgemeen, voedselrijke grond
MelganzevoetAlgemeen, wijst op vrij droge, voedzame grond
MelkdistelDiverse grondsoorten, vooral tuinbouwgrond
MuurAlgemeen in moestuinen, wijst op stikstofrijke en humusrijke grond
PaardebloemAlgemeen op diverse grondsoorten
PerzikkruidBewerkte, veelal lichte grond, stikstofrijk
RidderzuringVoedselrijke grondsoorten
SchapenzuringZure, arme, droge grond
SchijfkamilleVorral klei- en leemgrond. Wijst op verdichte, verslempte grond
SpiesmeldeKleigrond, zoutminnend
SpurrieZure grond
SteenraketStikstofrijke grond
StraatgrasAlgemeen. Wijst meestal op slechte structuur
Uitstaande meldeZand- en kleigrond, rijk aan organische stof
VarkensgrasAllerlei grondsoorten, veelal slechte structuur
VarkenskersVochtige kleigrond, zoutminnend, wijst op toegeslempte grond
WeegbreeAlgemeen, wijst op verslempte grond
Witte dovenetelVruchtbare, vochtige grond
ZwaluwtongAllerlei voedzame grond
Zwarte nachtschadeVruchtbare grondsoorten, stikstofminnend

Indicatorplanten voor stikstofrijkdom

arm tot zeer armmatig rijkrijkzeer rijk
vroegeling
gewone reigersbek
echte kamille
kleine klaproos
moerasdroog-bloem
ruige klaproos
akkerdistel
grote/akker-ereprijs
duist
harig knopkruid
herderstasje
hoenderbeet
kleefkruid
klein kruiskruid
klimopereprijs
kroontjeskruid
melganzevoet
(vogel)muur
perzikkruid
gewone/steenraket
uitstaande melde
zwaluwtong
zwarte nachtschade
duivekervel
zwarte nachtschade
kleefkruid
klein kaasjeskruid
klein kruiskruid
rode ganzevoet

Indicatorplanten voor zuurgraad

zeer zuur
(pH <5)
zuur
(pH 5 – 6,5)
neutraal
(pH 6,5 – 7,5)
alkalisch
(7,5 of meer)
eenjarige hardbloem
spurrie
echte kamille
harig knopkruid
kleine klaproos
knopherik
moerasdroog-bloem
rode schijnspurrie
ruige klaproos
stijve klaverzuring
valse kamille
spurrie
reigersbek
akkerviooltje
akkerereprijs
akkermelkdistel
duist
eenjarig bingelkruid
zwarte nachtschade
grote ereprijs
heermoes
vogelmuur
herderstasje
honingklaver
steenraket
klaproos
kleefkruid
klimopereprijs
kroontjeskruid
melkdistel
paarse dovenetel
reukloze kamille
bastaardganzevoet
hopklaver

Indicatorplanten voor vochtigheidsgraad

zeer droogdroogmatig vochtigerg vochtig
muurpeper
vogelpootje
Canadese fijnstraal
teunisbloem
valse kamille
eenjarig bingelkruid
gewone reigersbek
harig knopkruid
honingklaver
kleine klaproos
melganzevoet
perzikkruid
vroegeling
zachte ooievaarsbek
zandraket
ganzenvoet
akkerboterbloem
herderstasje
heermoes
akkermelkdistel
klimopereprijs
kroontjeskruid
duivekervel
paarse dovenetel
rood guichelheil
spurrie
veldereprijs
klaproos
klein kaasjeskruid
klein kruiskruid
zwarte nachtschade
kleine veldkers
kleine varkenskers
stijve klaverzuring
perzikkruid
moerasdroogbloem
kruipende boterbloem
moesdistel
pijpenstrootje
pinksterbloem
moerasandoorn

Planten en bomen die op een slechte drainage duiden

Waterbiezen (Scirpus spp.)Zeggen (Carex spp.)
Kruipende boterbloem (Typha spp.)Cypergrassen (Cyperus spp.)
Klein hoefblad (Tussilago farfara)Duizendknopen (Polygonum spp.)
Zuring (Rumex spp.)Klaverzuring (Oxalis spp.)
Paardenstaarten, heermoes (Equisetum spp.)Varkenskers (Coronopus squamatus)
Leverkruid (Eupatorium cannabina)Lisdodde (Typha spp.)
MossenBomen
Echte koekoeksbloem (Lychnis flos-cuculi)Elzen (Alnus spp.)
Russen (Juncus spp.)Wilgen (Salix spp.)
Boterbloem (Ranunculus spp.)Coniferen
3+

Invasieve soorten

Heel veel planten die wij als voedsel gebruiken zijn niet inheems. Wat is er nou Hollandser dan de Zuid-Amerikaanse aardappel? Soorten burgeren in de regel na loop van tijd in. Maar niet zelden verdringen ze eerst de inheemse soorten en zijn ze moeilijk in toom te houden. In dat geval spreken we van invasieve soorten.

Bij het tuincentrum zijn ook invasieve soorten, zoals de rhododendron, te koop. Soms komen er in de potten van exoten invasieve soorten mee, zoals de platworm. Platwormen eten onze inheemse wormen op en hebben geen vijanden in Nederland. Er zijn al drie soorten aangetroffen. Maar omdat de niet-invasieve soorten meestal behandeld zijn met pesticiden, kun je beter helemaal niets kopen bij een tuincentrum.

Na loop van tijd burgeren invasieve soorten in en komt een ziekte of een of ander beestje die de plant opeet. Zodra dat gebeurt wordt de balans hersteld en zal het organisme geen overlast meer veroorzaken. Hij kan nog steeds een exoot zijn, maar hij is dan niet meer invasief. We zien dit nu gebeuren bij de Amerikaanse vogelkers. Ondanks jarenlange bestrijding met onder andere Roundup, biedt de natuur zelf de oplossing. Zonder bestrijding was die er mogelijk al veel eerder geweest …

Hoe meer biodiversiteit er is, hoe kleiner de kans dat een plant of dier gaat woekeren. De kans dat een schimmel, bacterie, insect of grazer hem in toom houdt neemt dan namelijk ook toe. Het probleem met invasieve soorten is dus ook een biodiversiteitsprobleem.

Tijdens de laatste ijstijd zijn veel soorten uit Nederland verdwenen. Deze worden nu soms ook exoot genoemd, maar eigenlijk is er niets mis met het herintroduceren van deze soorten. Ik kan niet uitsluiten dat ze zich tijdelijk invasief gedragen, maar die kans is veel kleiner dan bij het introduceren van soorten die hier vroeger ook niet voorkwamen.

DAISIE houdt een lijst bij van soorten die in Europa invasief zijn. En dat zijn er nogal wat! Ik vind dat we deze soorten echt moeten mijden.

Dat een plant invasief is wil niet zeggen dat hij nutteloos is. Japanse duizendknoop is eetbaar (de jonge scheuten tot 30 cm kun je eten als rabarber) en geneeskrachtig (tegen de ziekte van Lyme). Bovendien vinden de insecten de plant ook geweldig. Maar dat is nog geen reden om hem in je tuin te zetten! Foto: maker onbekend
1+

Voedingsstoffentekorten bij planten

In jouw lichaam is het van het grootste belang dat alle voedingsstoffen niet alleen aanwezig zijn, maar ook in de juiste hoeveelheden en verhoudingen. Dit geldt onverminderd voor de bodem. Er zijn duizenden verbanden gevonden tussen voedingsstoffen. Als de deze verhoudingen niet kloppen kun je allerlei problemen verwachten. Op zich is de natuur prima in staat om deze verhoudingen te herstellen, en dat gebeurt ook wel gedurende de successie, maar zoveel geduld hebben we meestal niet. Gelukkig hoeven we niet al die verhoudingen te herstellen, want dat is gewoonweg te complex. Het bodemleven kan dat veel beter. Onze taak is voornamelijk ervoor zorgen dat het bodemleven te eten heeft. Samen met pioniersplanten zorgen zij ervoor dat de verhoudingen weer op orde komen.

Planten kunnen tekorten hebben aan bepaalde voedingsstoffen, maar dat zegt niets over de aan- of afwezigheid van diezelfde voedingsstoffen in de bodem Het gaat om de opneembaarheid. Zo kan een plant in het voorjaar een tekort hebben aan fosfor, terwijl er zat in de bodem zit. De bladeren van de plant kunnen dan paars/rood verkleuren. Zodra  het bodemleven weer actief wordt, verdwijnt de verkleuring gewoon weer. Zo kan een teveel aan kalium voor een magnesiumgebrek zorgen bij de plant (en calcium en boor). Maar een teveel aan magnesium zorgt óók voor een slechte opneembaarheid en een tekort ook! En als de verhouding tussen calcium en magnesium niet goed is, gebeurt hetzelfde. Een teveel aan stikstof verdringt allerlei voedingsstoffen, zoals kalium en koper en andere sporenelementen.

Het klinkt allemaal om wanhopig van de worden, maar als de verhouding tussen calcium en magnesium ongeveer 10:1 is (en niet onder de 7:1), valt de rest ook makkelijker op zijn plaats omdat het bodemleven dan goed kan functioneren. Mits je bodem met rust laat en de pioniersplanten hun werk laat doen.

Veel mensen gebruiken kalk om de pH te verhogen. Dit zou je nooit moeten doen. Niet dat het niet werkt, want de pH gaat inderdaad omhoog, maar dit gaat zo snel dat dit zeer schadelijk is voor het bodemleven. Bovendien kun je er de calcium-magnesiumverhouding mee verstoren. Als je calcium wilt toevoegen, dan kun je beter een organische bron gebruiken, die calcium is veel trager opneembaar. Voorbeelden zijn

  • paardenbloemblad,
  • echte en valse kamille,
  • kleefkruid,
  • klein hoefblad,
  • cichorei,
  • look-loof,
  • peterselie,
  • melganzevoet

en de bladeren van pioniersbomen zoals

  • linde,
  • iep,
  • es,
  • esdoorn en
  • abeel.

Maar ook verpulverde eierschalen en slakkenhuisjes zijn een trage bron van calcium.

Het linde-effect is goed omschreven. Lindebomen halen calcium omhoog en maken dat beschikbaar voor andere organismen als ze hun blaadjes laten vallen: die bevatten relatief veel calcium. Dit helpt tegen verzuring. Maar onthoud dat al het organisch materiaal calcium bevat. Het onttrekken van organisch materiaal aan de bodem, door te oogsten bijvoorbeeld, put de bodem uiteindelijk uit en zorgt voor verzuring. Het blijft van het grootste belang de kringlopen te sluiten. Dit zorgt ervoor dat het bodemleven actief kan blijven en de balans telkens weer kan herstellen.

Tekorten herkennen

Aan indicatorplanten kun je zien wat er aan de bodem schort, maar aan de platen zelf kun je zien of ze voedingsstoffen tekortkomen.

  • Stikstof: bovenste blaadjes lichtgroen, lagere blaadjes geel, onderste blaadjes geel en verschrompeld.
  • Fosfor: oudere blaadjes worden paarsachtig. Verlies van blaadjes.
  • Kalium: dode of gele plekken of vlekken ontstaan op de oudere blaadjes.
  • Calcium: nieuwe blaadjes zijn misvormd of blijven klein. Bestaande bladeren blijven groen.
  • Magnesium: onderste blaadjes worden geel vanaf de steel. Aderen blijven groen.
Hoewel het er per plant best een beetje anders uit kan zien is het kijken naar de bladeren van een plant ook een indicator. Gele blaadjes kunnen ook op een watergebrek wijzen, dus staar je niet blind hierop. In combinatie met een bodemtest en/of de waarnemingen van indicatorplanten kun je toch een hoop te weten komen.
2+

Voedingsstoffen in onze voeding

De voedingsstoffengehaltes in onze voeding dalen al sinds mensenheugenis, maar sinds het begin van de Groene Revolutie (1945) gaat het wel heel erg snel. Sindsdien zijn we minstens 75% van de voedingsstoffen kwijtgeraakt. Dit heeft meerdere oorzaken.

  • Onze voedselgewassen worden veelal geselecteerd op smaak, kleur of vorm, maar niet op voedingsstoffengehaltes.
  • De planten groeien veelal in monoculturen, waardoor ze met elkaar concurreren om dezelfde voedingsstoffen, op de zelfde diepte.
  • Het bodemleven is op zijn minst beschadigd, waardoor de balans ontbreekt en niet alle voedingsstoffen goed opneembaar zullen zijn.
  • Te hoge stikstof- en kaliumgehalten zorgen ervoor dat sporenelementen niet of nauwelijks opgenomen kunnen worden door de plant.
  • Door stikstofdioxide- en ammoniakemissie verzuren de bodems, waardoor voedingsstoffen, zoals calcium en sporenelementen, makkelijk oplosbaar worden en uitspoelen.
  • We oogsten vaak te vroeg. Voedsel legt gemiddeld 2400 kilometer voordat het op je bord ligt. Fruit wordt tijdens het transport gerijpt met ethyleengas. Mais zou je eigenlijk binnen twintig minuten na het oogsten moeten consumeren.
  • Na een ijstijd heb je altijd de meest weelderige plantengroei, omdat de bodem gehermineraliseerd wordt: de ijsmassa’s (die kilometers hoog kunnen zijn) verpulveren gesteenten en dit gesteentemeel verspreidt zich over het land. Deze voedingsstoffen spoelen in verloop van tijd uit en komen in de oceaan terecht. We zitten aan het einde van een interglaciaal (de periode tussen twee ijstijden). Onze bodems zijn dus van nature al aan het eind van hun Latijn.
  • Maar we maken het zelf nog erger: door de eerder behandelde stikstofdepositie verzuren de bodems, waardoor die veroudering honderd keer sneller gaat dan natuurlijk is.
  • Ook de hoge CO2-gehaltes eisen hun tol: het jaagt de groei van planten aan, maar dit gaat ten koste van de voedingsstoffengehaltes (en de houtkwaliteit van bomen).
  • Als plaagdieren en ziekten een plant aanvallen, maakt de plant een heel scala aan stoffen aan. Waarschijnlijk zijn deze stoffen heel belangrijk voor onze gezondheid. Sommig eten wordt steriel geteeld, of zonder plaagdieren en ziekten. Dit zou enorme gevolgen kunnen hebben voor het gehalte aan fytonutriënten.

Wel koken we onze groenten veel korter, waardoor er minder voedingsstoffen verloren gaan. Maar sommige voedingsstoffen, zoals kalium en magnesium, spoelen zo makkelijk uit dat dat niet veel helpt. Het kookwater moet je dus opdrinken, of op een of andere manier in het gerecht verwerken.

Ook als je gezond eet kun je toch niet aan voldoende voedingsstoffen komen in verhouding tot de calorieën die het voedsel bevat. Er zijn veel te weinig onderzoeken, maar ze duiden wel duidelijk op een neerwaartse trend. Het verschilt wel enorm per soort. Zo is er een onderzoek waaruit blijkt dat je van een bepaalde appel tegenwoordig vijftig stuks moet eten om evenveel voedingsstoffen binnen te als je vijftig jaar geleden binnenkreeg bij het eten van één exemplaar. Dat krijg je simpelweg niet aangegeten. Maar bij andere soorten is dit verschil veel kleiner.

Om weer gezond voedsel te krijgen is er dus meer nodig dan alleen een gezonde bodem. Maar zonder gezonde bodem is gezond voedsel een illusie.

Hier vind je een studie (McCance/Widdowson) naar de mineralenverarming over de periode 1940 tot 1991.

Zelfs als je uitsluitend groente en fruit eet, kom je niet aan alle benodigde voedingsstoffen. Maar heel veel voedselachtige substanties worden onterecht als voedsel gezien. Illustratie: maker onbekend
5+

De bodem bedekt houden

Een onbedekte bodem is zeer onnatuurlijk: na een catastrofe zullen pioniersplanten de bodem zo snel mogelijk bedekken. Deze ‘onkruiden’ kun je natuurlijk onderdrukken met karton of een dikke mulchlaag, maar daarmee houd je ook de successie tegen. De kleinste ingreep is de plant bovengronds afknippen. Maar ook dat is een noodgreep, want waarschijnlijk is de plant een waardplant van een of ander organisme. Je kunt het ook zo zien: een levende plant is óók mulch. Levende mulch.

Levende planten kunnen koolstof vastleggen en in de bodem terecht laten komen. Die functie moeten we zo goed mogelijk benutten, dus zoveel mogelijk planten laten staan. Het organisch materiaal dat geproduceerd wordt moeten we zoveel mogelijk laten liggen. Maar ook weer niet zoveel dat we de spontane plantengroei onderdrukken.

We moeten niet naar optimale productie willen streven; in ieder geval niet in kilo’s uitgedrukt. Het gaat uiteindelijk om de voedingswaarde. En als we gezond eten willen, zullen we bereid moeten zijn om het eten te delen met een heel scala aan andere organismen. Als voedsel voor ons verloren gaat, komt dat het ten goede aan het systeem als geheel. Voedsel wordt alleen verspild als het verbrand wordt.

Het telen van eenjarigen kan best een tijdje goed gaan, maar we zullen ook echt gebruik moeten maken van alle andere fasen in de successie. En dan produceren we niet alleen voedsel voor mensen, maar voor talloze andere organismen. En dan pas kan de biodiversiteit weer toe gaan nemen. Dan pas krijgen we weer echt gezonde voeding. Bladverliezende bomen produceren elk jaar prachtig mulchmateriaal.

Mijn advies is om blaadjes zoveel mogelijk te laten liggen waar ze vallen, planten te staan waar ze staan en minder op productie voor mensen gericht te zijn. Als we een grotere focus hebben op vaste gewassen kunnen we de successie zonder probleem zijn werk laten doen en hebben we veel van onze problemen bij de oorzaak aangepakt: de bodem. Want als we die voeden en met rust gebeuren er magistrale dingen!

Gemiddeld bestaan bladeren voor 47% uit koolstof, 1% stikstof, 0,1% fosfaat, 0,38% kalium, 1,64% calcium, 0,24% magnesium en 0,11% zwavel. Bijzonder waardevol en absoluut geen afval dus! Foto: Jnzl
6+

Bomen: van berk tot beuk belangrijk!

Feitelijk is geen enkel landschap compleet zonder bomen. Vanwege de vele functies die ze vervullen zou minstens 30% van elk landschap met bomen bedekt moeten zijn. Meer mag ook. Want

  • levende bomen leggen door middel van fotosynthese koolstof vast en sturen die de bodem in en produceren daarbij zuurstof;
  • ze zijn een voedselbron en bieden beschutting voor talloze organismen, want ze produceren hout, blaadjes, vruchten en zaden;
  • een grote eik kan per jaar 151.000 liter water verdampen;
  • ze geven energie aan schimmels, die sporen produceren waar waterdamp zich aan kan hechten met als gevolg dat het gaat regenen;
  • de combinatie van CO2 en waterdamp uit de atmosfeer maakt bomen onmisbaar voor een stabiel klimaat;
  • dode bomen zijn voeding voor schimmels die de bodem binnendringen en de structuur verbeteren;
  • ook zijn dode bomen voedsel voor insecten, die op hun beurt weer voeding zijn voor vogels en dergelijke.

Vanwege de vele cruciale functies die bomen vervullen, is het logisch om meer bomen te planten en spontaan te laten groeien. En ach, dan kunnen we ook wel wat bomen neerzetten waar mensen van kunnen eten, toch?

Een boom is geen boom. Het is een ecosysteem. Honderden verschillende organismen kunnen op een of andere manier samenwerken met de boom, ervan afhankelijk zijn, erop parasiteren, profiteren van schaduw en beschutting, noem maar op. Het kappen van een boom maakt meer kapot dan je in eerste instantie zou denken. Foto: maker onbekend
5+

De zuurgraad (pH) van de bodem

De pH van de bodem is geen absoluut gegeven. Het verandert constant. Je kunt de pH van de bodem heel nauwkeurig meten, maar in een levende bodem kan deze een dag later alweer twee punten hoger of lager uitvallen. Je kunt wel kijken of pH van de bodem in de loop der jaren een stijgende of dalende lijn vertoond. Daarvoor moet je wel bij dezelfde weersomstandigheden, op hetzelfde moment van de dag en op dezelfde plek meten.

Je moet er niet raar van opkijken als de pH daalt, omdat dat eigenlijk natuurlijk is: schimmels scheiden zuren uit en als je de bodem niet verstoort zullen die steeds dominanter worden. Ook bij nitrificatie (het omzetten van ammonium (NH4+) in nitraat (NO3-)) komen waterstofionen vrij, waardoor de bodem verzuurt. Uiteindelijk zal de pH onder de 5 uitkomen waardoor de nitrificatie ook stopt. Dit zijn natuurlijke processen.

Niet natuurlijk, en een groot probleem, is de verzuring door stikstofdepositie. Dit kan de pH naar een niveau brengen waarbij aluminium oplosbaar wordt – dit belemmert het transport van voedingsstoffen in de wortels van planten en bomen. Dit moeten we bij de bron aanpakken: de (vee-)industrie en de mobiliteit.

De plant maakt het niet zoveel uit wat de pH van de bodem is; als de pH in de wortelzone maar goed is. En daar zal de plant zelf ook in sturen.

Als we leren om met de successie mee te gaan, in plaats van ertegenin, kunnen we een lichte verzuring alleen maar toejuichen. Als de nitrificatie namelijk stopt, spoelt er ook minder of geen nitraat meer uit. Stel je eens voor hoeveel ellende dat zou schelen!

De opneembaarheid van voedingstoffen wordt mede bepaald door de zuurgraad, maar dit hangt erg van het bodemleven af. Het bodemleven kan niet functioneren bij een voor hen ongeschikte pH, maar gelukkig sturen ze zelf ook in diezelfde pH.

Als je pH wilt verlagen, kun je met grove, droge, houtige materialen mulchen. Die voeden de schimmels die zuren uitscheiden.

Als je de pH wilt verhogen, kun je met fijngemaakte, vochtige, niet-houtige materialen mulchen. Dit voedt de bacteriën die een basisch slijm uitscheiden.

De verhouding tussen bacteriën en schimmels beïnvloedt de pH sterk. Maar houdt ook rekening met externe factoren, zoals genoemde stikstofdepositie.

pH is een omgekeerd logaritmische schaal, met grondtal 10, van de concentratie waterstofionen. Hoe lager het getal, hoe zuurder en hoe hoger het getal, hoe basischer (of alkalischer). Er komen steeds meer definities van zuurgraad. Als koolstofdioxide oplost in water, verzuurt dat ook (het gedraagt zich als koolzuur). Toch verhoogt dat de concentratie van waterstofionen niet. Illustratie: maker onbekend
5+

De bosrand

De bosrand is het meest productieve deel van een bos, en ook het meest biodiverse. Het plaatje hierboven is stiekem geen bosrand, maar een weergave van de natuurlijke successie. Je snapt waarschijnlijk wel waarom hier veel diversiteit is: elk organisme hoort ergens in de successie thuis en vindt dus makkelijker een plekje. Of je nou van een extreem bacterie- of extreem schimmeldominante bodem houdt, of iets er tussenin: het is er. Of je nou van celluloserijk materiaal houdt of van ligninerijk materiaal: het is er allemaal. Of je nou nectar, blaadjes, zaden, noten, bloemen, of wat dan ook graag eet: het is er.

Als de bosrand op het zuiden is gericht, wordt er ook wordt er maximaal gebruik gemaakt van fotosynthese. De zonminnende planten kunnen in de zon staan, terwijl de schaduwminnende planten en struiken en plekje in de schaduw kunnen krijgen. Of in de halfschaduw.

Met een slimme planning kun je een ongelofelijke biodiversiteit huisvesten, mits ze hun niche vinden, ze te eten en te drinken hebben en je ze zo min mogelijk verstoort. Het is zo simpel allemaal.

1+

Streven naar een dynamisch evenwicht

Zoals je hebt begrepen, is de bodem een complex systeem. Wat ik in deze cursus heb beschreven is niet eens het topje van de ijsberg, het is misschien een sneeuwvlokje op het topje. Desalniettemin hoop ik dat je er wat van hebt geleerd. Bijvoorbeeld dat het verstoren van de bodem averechts werkt en dat het een illusie is dat wij de complexe wereld onder onze voeten kunnen vervangen door wat chemicaliën. Of dat het een illusie is dat wij de touwtjes in handen hebben. Wij kunnen sturen, maar meer ook niet. Zodra wij een ecosysteem vervangen door een versimpelde versie ervan, een monocultuur bijvoorbeeld, dan krijgen we een systeem dat geen veerkracht heeft en bijzonder kwetsbaar is en blijft voor ziektes en plagen. En dat het bestrijden van de ziektes en plagen slechts het symptoombestrijding is. De werkelijke oorzaak is een complex systeem dat uit balans is gebracht.

Als je een bolletje op een bol oppervlak legt, dan zul je er, als een evenwichtskunstenaar, steeds weer energie in moeten stoppen om te voorkomen dat het bolletje eraf rolt. Wij juichen alle evenwichtskunstenaars in de wereld toe, alsof zij degenen zijn die de stabiliteit bewaren. Maar vroeger of later rolt het bolletje er toch vanaf.

Foto: maker onbekend

De complexiteit van een systeem in zijn geheel en de interacties tussen de ontelbare elementen zorgen echter voor stabiliteit. Een overheid is niet in staat om een gemeenschap van mensen te sturen. Elke gemeenschap draait op zelfsturing. Hoe minder samenhang er is tussen mensen, hoe minder veerkracht en zelfsturing er is. En dan komt er chaos, daar kan een overheid niets aan veranderen.

In de bodem ontstaan ook complexe relaties tussen talloze organismen, die constant aan verandering onderhevig is. Maar die veranderingen worden opgevangen, zodat er een dynamisch evenwicht ontstaat: de ideale omstandigheden voor de groei van een bepaalde plant. Die plant zal optimaal gezond zijn en niet aangevreten worden door wat wij plaagdieren noemen. Maar die omstandigheden veranderen constant, dus de plantengroei verandert ook keer op keer. De natuur is een complex systeem, daar ontleent zij haar veerkracht aan.

Je kunt dat vergelijken met een hol oppervlak, een kom. Als je daar een balletje in gooit zal deze altijd naar het midden toe rollen, ook als je tegen het kommetje stoot. Er zijn natuurlijk grenzen: als je te hard stoot, vliegt het balletje, met al haar bewoners, naar onbekend gebied. Een plek waar het waarschijnlijk veel minder goed toeven is.

We zullen moeten leren te vertrouwen op de complexiteit die inherent is aan veerkrachtige systemen. Mensen doen dat al miljoenen jaren, we kunnen het. Maar staat wel haaks op hoe de meeste westerse mensen in het leven staan. Ik hoop dat we met velen de wijsheid hebben om het anders te doen dan de afgelopen tienduizend jaar: we moeten weer leren dat de natuur niet van ons is, maar dat wij natuur zijn.

Foto: maker onbekend

Hiermee wil ik deze online cursus beëindigen en je complimenteren voor het volhouden. Het was een hele kluif, maar ik hoop dat het de moeite waard was. Als je wilt dat meer mensen dit verhaal horen, kun je deze site delen op de social media, zoals Facebook of mensen er op een andere manier op attent maken.

Als je het waardevol vindt wat wij doen, en het kunt missen, kun je een eenmalige of terugkerende donatie doen. Hoe dan ook bedankt voor je deelname!

Hopelijk tot ziens,

Marc Siepman

9+