Diversiteit

Vorige artikel
Volgende artikel

Een kenmerk van ecosystemen is dat er veel diversiteit is. En die diversiteit neemt als het goed is steeds verder toe. Mogelijk zijn er een biljoen verschillende organismen op Aarde. Dat is natuurlijk onnoemelijk veel, maar het gaat niet alleen om soorten. Er zijn verschillende functiegroepen en om een goed functionerend systeem te hebben, moet er voor elke functie een organisme zijn die die functie vervult. Ook zijn er zogenoemde sleutelsoorten. Die vervullen cruciale functies. Als die verdwijnen, kan dat een ecosysteem drastisch veranderen. Het terugbrengen (of terug laten komen) van zo’n sleutelsoort kan een onvoorstelbaar effect hebben. Bekijk deze video maar eens, een wijze les van slechts vierenhalve minuut:

Invasieve exoten

Ook kunnen invasieve soorten een ecosysteem drastisch doen veranderen omdat ze de diversiteit verlagen. Exoten zijn soorten die hier niet van nature thuishoren en geen natuurlijke vijanden hebben. Het introduceren van hun natuurlijke vijanden kan weer nieuwe problemen veroorzaken, omdat die ook invasief kunnen zijn. In Noord-Amerika waren er geen wormen, maar de kolonisten hebben die meegenomen (in de kluit van planten en bomen). Ook bij vissers ontsnapt er wel eens wat. Die wormen ontwrichten daar ecosystemen doordat ze de strooisellaag veel sneller verteren dan normaal. In Europa doet de platworm juist weer zijn intrede door potplanten. Die eet de inheemse wormen op en heeft hier geen vijanden.

De biodiversiteit verhogen: vertrouwen op  de natuur

Die diversiteit is er niet zomaar. In een ecosysteem zitten niches: plekken waar bepaalde organismen kunnen leven. Hoe meer niches, hoe meer biodiversiteit. Hoe meer diversiteit, hoe meer veerkracht.

Een mooi voorbeeld komt van een boer met een boomgaard. Er waren altijd ziektes en plagen en hij was het zo zat dat hij de boomgaard omver wilde zagen. Omdat hij het druk had, bleef dat klusje vijf jaar liggen. Toen hij na vijf jaar de kettingzaag pakte om de bomen omver te halen, moest hij eerst het onkruid weghalen; dat stond inmiddels manshoog. Toen hij bij de bomen kwam, bleken deze kerngezond te zijn. Er was een complex ecosysteem ontstaan waar eerst een monocultuur aan bomen stond. Al die verschillende planten trokken nuttige insecten en vogels aan en in de bodem konden de schimmelnetwerken zich ongestoord ontwikkelen.

Ongestoord is hier het toverwoord: de illusie van controle zal de planeet steeds verder uit balans brengen. Elke keer dat wij ergens een ingreep doen zonder het systeem volledig te begrijpen, verstoren wij iets. En aangezien systemen altijd te complex zijn om te kunnen bevatten, is elke ingreep een verstoring. Als we toch een ingreep doen, moet deze zo klein mogelijk zijn en moeten we blijven observeren wat er gebeurt. Als je computer goed werkt, ga je hem niet openschroeven om er voor de zekerheid een paar extra processoren in te solderen. Misschien zet je er wat geheugen bij, maar ook dan haal je niet de hele computer uit elkaar. Tenzij je precies weet wat je doet en waarom.

Stel je voor dat er elk een jaar een tuinder kwam die jouw stad eens om kwam spitten omdat dat zo netjes staat! Elk jaar weer helemaal overnieuw beginnen… Bewerking: