Het verdwijnen van bodemdeeltjes

Vorige artikel
Volgende artikel

Als bodemdeeltjes wegwaaien of -spoelen heet dat erosie. Via rivieren komen de deeltjes in de oceanen terecht. In de natuur komt ook wel erosie voor, maar niet in de mate waarin bodems momenteel verdwijnen.

De snelheid waarmee bodems eroderen, moet altijd lager liggen dan de snelheid waarmee bodems ontstaan. Op jaarbasis verliezen we wereldwijd ongeveer 25 miljard ton bodem. Als dat doorzet, of nog erger wordt, zijn we binnen 40 jaar alles kwijt – dan hebben we gewoon helemaal geen bodem meer over. Bodems verdwijnen momenteel 10 tot 40 keer sneller dan ze ontstaan. In de jaren 30 van de vorige eeuw is in een paar jaar tijd gedurende de Dust Bowl de bovenste 30 centimeter van de bodem verdwenen. Het voorkómen van erosie is cruciaal voor met name voedselzekerheid (van mens en dier), de kans het klimaat te stabiliseren, schoon water en het behouden van biodiversiteit.

Er werd gewaarschuwd dat de Dust Bowl zich elk moment kan herhalen.

Erosie voorkomen

De geschiedenis herhaalt zich: grote stofstormen na de branden in Australië (2019).

Het staat buiten kijf dat we erosie moeten zien te voorkomen. In veel landen is daar al ervaring mee, want overal waar het een beetje glooit is de erosie erger dan bij ons. Dat wil echter niet zeggen dat er geen erosie is; het valt gewoon minder op. Maar als je een boer ziet ploegen met een grote stofwolk achter zich aan, dan is dat erosie. Als het slootwater na een regenbui bruin kleurt, dan is dat erosie. Om erosie te voorkomen, moet de bodem permanent bedekt zijn. Met planten uiteraard, maar ook met organisch materiaal. Denk aan boomblaadjes, afgeknipte planten, takken en takjes, dat soort dingen. Onrijpe mest is niet zo’n goed idee, want dat kost de bodem erg veel energie om te verwerken. Maar op mulchen, want zo heet het afdekken van de bodem met organisch materiaal, kom ik later uitgebreid terug. Alles op zijn tijd.

De structuur van de bodem is ook belangrijk in het voorkomen van erosie, want je snapt wel dat los zand sneller wegwaait en – spoelt dan bodemdeeltjes die aan elkaar geplakt zitten met bacterieel slijm en alle andere plakkerigheden in de bodem – de eerder genoemde glomaline bijvoorbeeld.

Mulchen heeft ook als voordeel dat de wormen worden gevoed. Hun uitwerpselen zijn vijf maal erosiebestendiger dan de grond die ze eten. Op deze nuttige beestjes kom ik (natuurlijk) ook terug.

Rechts zie je een kale bodem. Een regendruppel komt met een snelheid van ongeveer dertig kilometer per uur aanzeilen en slaat letterlijk een krater. Het water infiltreert niet maar stroomt bovengronds af, waardoor er erosie optreedt. Het water heeft daardoor een bruine kleur. In het midden zie je een bodem die bedekt is met een mulchlaag. Het water is veel schoner. Het bevat misschien wat bodemdeeltjes en voedingsstoffen, maar het is relatief schoon. Als de bodem bedekt is met levende planten, zoals links, dan nemen de plantenwortels en het bodemleven de voedingsstoffen op en immobiliseren ze de verontreiniging. Bovendien zorgt de levende bodem ervoor dat de bodemdeeltjes niet wegspoelen. Aan het slootwater kun je dus na een regenbui zien hoe er met de bodem wordt omgegaan.
Vorige artikel
Volgende artikel
7+