Macro- en micronutriënten

Vorige artikel
Volgende artikel

Een plant heeft sommige voedingsstoffen in grote hoeveelheden nodig, deze noemen we macronutriënten. Alle andere voedingsstoffen hebben ze in minieme hoeveelheden nodig, die noemen we micronutriënten (of sporenelementen).

De macronutriënten zijn de bekendste. Ongeveer 3% van de biomassa van de plant bestaat uit:

  • Stikstof (N): is nodig voor de opbouw van eiwitten en het zit in chlorofyl. Als er geen stikstof beschikbaar is, haalt een plant het uit de onderste blaadjes, die geel verkleuren.
  • Fosfor (P): wordt opgenomen als fosfaat. Nodig voor de energievoorziening van de plant, bloemvorming en de rijping van zaden en vruchten.
  • Kalium (K): is nodig voor de groeiregulatie, weerstand, eiwitsynthese en de fotosynthese.
  • Magnesium (Mg) is in iets minder grote hoeveelheden nodig, maar is wel essentieel: magnesium is het hart van het chlorofyl-molecuul (C55H72MgN4O5). Een gebrek levert een paarsachtige verkleuring van de blaadjes op. Dit zie je vaak in het voorjaar, maar zodra het bodemleven weer op gang komt
  • Calcium (Ca) is nodig voor de opbouw van celwanden en -membranen.
Elke voedingsstof heeft andere eigenschappen. Sommige zijn mobiel in de plant (stikstof, fosfor, kalium, magnesium), andere niet (calcium, zwavel). Tekorten aan voedingsstoffen die niet mobiel zijn uiten zich in de nieuwe blaadjes, een tekort aan voedingsstoffen die wel mobiel zijn in de onderste blaadjes (ze worden onttrokken aan de oude blaadjes om groei mogelijk te maken).

Over micronutriënten is eigenlijk onvoldoende bekend. Van een aantal weten we dat ze essentieel zijn, wat betekent dat een plant echt niet wil groeien zonder, maar van het gros is de functie niet bekend. Wat niet wil zeggen dat ze niet belangrijk zijn. Of misschien zijn ze voor de plant inderdaad niet belangrijk, maar voor mens en dier wel.

  • Een overschot van kalium of stikstof zorgt ervoor dat planten de micronutriënten minder goed opnemen.
  • Volgens sommigen zijn onze bodems gedemineraliseerd omdat we aan het einde van een interglaciaal (de periode tussen twee ijstijden) zitten. Tijdens een ijstijd schuiven er kilometersdikke ijsmassa’s over het land en vergruizen gesteenten onder hun gewicht. De fijngemalen gesteenten verspreiden zich met de wind en hermineraliseren de bodems. De plantengroei is dan ook het meest uitbundig na een ijstijd. Omdat een ijstijd misschien op zich laat wachten, kunnen we de micronutriënten terugbrengen door gebruik te maken van kleine hoeveelheden zeezout of lavameel. Zorg er in ieder geval voor dat het bodemleven eerst goed actief is voordat je een dergelijke toevoeging doet, anders kunnen ze uitspoelen en dat is zonde.
  • Door stikstofdepositie verzuren de bodems. Dit heeft tot gevolg dat bodems wel honderd keer sneller verweren dan natuurlijk is. Daardoor komen de mineralen in de bodemdeeltjes versneld vrij en kunnen daardoor uitspoelen.
  • Volgens Elaine Ingham is het nooit nodig om iets toe te voegen, het stimuleren van het bodemleven is voldoende. Het bodemleven maakt de mineralen vrij uit de bodem en maakt het beschikbaar voor de plant. Maar of dat in Nederland ook klopt, durf ik te betwijfelen. Door te hoge stikstofgehaltes en verzuring zijn we de bodem echt aan het uitwonen.
Elk soort gesteentemeel bevat weer andere voedingsstoffen. Lava is een mengsel van verschillende gesteenten en zou dus meer verschillende micronutriënten bevatten. Foto: maker onbekend.
Vorige artikel
Volgende artikel
4+