De opeenvolging van plantgemeenschappen

Vorige artikel
Volgende artikel

Hopelijk vind je schimmels reuze interessant en zie je ze nu als essentieel onderdeel van elk ecosysteem – eetbaar of niet.

Als je de bodem met rust laat, zul je zien dat bepaalde plantgemeenschappen elkaar opvolgen. Successie heet dat. Elke plant heeft een bepaalde plek in de successie waarin hij zich het meest op zijn gemak voelt. Schimmels spelen hier een belangrijke rol in. Hieronder staat een plaatje van secundaire successie. Met primaire successie heb je waarschijnlijk niet te maken; die zie je bijvoorbeeld op lavavelden na een vulkaanuitbarsting.

Illustratie: Katelyn Murphy, CC BY-SA 3.0

Bij secundaire successie is er wel een ecosysteem geweest, maar is deze vernietigd door een ramp: tsunami, orkaan, brand of ploegende boer, dat soort dingen.

Als een kale, verstoorde bodem met rust gelaten wordt, komt er spontaan een veelheid aan pioniersplanten. We noemen ze onkruid, maar het zijn ongelofelijk belangrijke planten. Ze doen in ieder geval de volgende dingen:

  • Ze produceren biomassa. Ongeveer 4% van hun biomassa halen ze uit voedingsstoffen die uit de bodem komen (stikstof, kalium, fosfaat, magnesium, calcium, zwavel en tientallen sporenelementen), maar de rest halen ze uit water en koolstofdioxide. De voedingstoffen plus de toegevoegde biomassa komt weer in de bodem terecht als de plant sterft (door begrazing bijvoorbeeld). Als je de plant uit de grond trekt en weggooit gebeurt dat natuurlijk niet; dan roof je energie en voedingsstoffen uit de bodem.
  • Ze balanceren de bodem. Sommige planten halen voedingsstoffen uit de diepte en maken die beschikbaar voor andere planten, bomen en het bodemvoedselweb.
  • Ze trekken nuttige insecten en vogels aan.
  • Enzovoort!

Als je niets doet, verdwijnen de pioniersplanten vanzelf: zodra ze hun functie hebben vervuld, maken ze ruim baan voor planten die iets verder in de successie staan: grassen en meerjarige planten.

Ook die verdwijnen na verloop van tijd, want verderop staan de zonminnende struiken klaar. Daartussen groeien de pioniersbomen, zoals de berk, populier en els (eigenlijk alle bomen met kleine zaden). Deze werpen op een gegeven moment zoveel schaduw, dat er schaduwminnende struiken komen (de vogels die in de bomen zitten hebben die zaadjes uitgepoept) en de zonminnende struiken verdwijnen.

Op een gegeven moment (bij berken is dat tachtig jaar) vallen de pioniersbomen dood neer, want dat is hun ecologische functie: dood neervallen. Schimmels eten de bomen op en dringen de bodem binnen. De bodem wordt steeds schimmelrijker en op een gegeven moment (dat kan meer dan honderd jaar duren) is de bodem geschikt om climaxsoorten zoals de eik en de beuk te ondersteunen. Uiteindelijk zou bijna heel Nederland in een beukenbos veranderen, want dat is hier de climaxvegetatie. Na een bosbrand of een andere natuurramp begint de successie weer (deels of helemaal) opnieuw.

In een pioniersbodem zijn er bijna geen schimmels, de bacteriën domineren. Aan het eind van de successie kan een bodem honderd tot wel duizend keer meer biomassa aan schimmels bevatten dan bacteriën. Het planten van climaxsoorten in een pioniersbodem is dan ook vragen om problemen.

In plaats van tegen de successie in te werken, zouden we gebruik moeten maken van deze natuurlijke processen. In elke fase is er wat eetbaars te vinden: (meerjarige) groenten, kleinfruit, fruitbomen, notenbomen, … We gebruiken voor 90% van ons voedsel slechts zeventien gewassen, met een extreme focus op soja, mais en graan. En die gebruiken we voornamelijk om dieren vet te mesten. En dat terwijl er twintigduizend eetbare gewassen bekend zijn; er zijn er mogelijk meer dan een miljoen.

Vorige artikel
Volgende artikel
4+