Voedingsstoffen in onze voeding

Vorige artikel
Volgende artikel

De voedingsstoffengehaltes in onze voeding dalen al sinds mensenheugenis, maar sinds het begin van de Groene Revolutie (1945) gaat het wel heel erg snel. Sindsdien zijn we minstens 75% van de voedingsstoffen kwijtgeraakt. Dit heeft meerdere oorzaken.

  • Onze voedselgewassen worden veelal geselecteerd op smaak, kleur of vorm, maar niet op voedingsstoffengehaltes.
  • De planten groeien veelal in monoculturen, waardoor ze met elkaar concurreren om dezelfde voedingsstoffen, op de zelfde diepte.
  • Het bodemleven is op zijn minst beschadigd, waardoor de balans ontbreekt en niet alle voedingsstoffen goed opneembaar zullen zijn.
  • Te hoge stikstof- en kaliumgehalten zorgen ervoor dat sporenelementen niet of nauwelijks opgenomen kunnen worden door de plant.
  • Door stikstofdioxide- en ammoniakemissie verzuren de bodems, waardoor voedingsstoffen, zoals calcium en sporenelementen, makkelijk oplosbaar worden en uitspoelen.
  • We oogsten vaak te vroeg. Voedsel legt gemiddeld 2400 kilometer voordat het op je bord ligt. Fruit wordt tijdens het transport gerijpt met ethyleengas. Mais zou je eigenlijk binnen twintig minuten na het oogsten moeten consumeren.
  • Na een ijstijd heb je altijd de meest weelderige plantengroei, omdat de bodem gehermineraliseerd wordt: de ijsmassa’s (die kilometers hoog kunnen zijn) verpulveren gesteenten en dit gesteentemeel verspreidt zich over het land. Deze voedingsstoffen spoelen in verloop van tijd uit en komen in de oceaan terecht. We zitten aan het einde van een interglaciaal (de periode tussen twee ijstijden). Onze bodems zijn dus van nature al aan het eind van hun Latijn.
  • Maar we maken het zelf nog erger: door de eerder behandelde stikstofdepositie verzuren de bodems, waardoor die veroudering honderd keer sneller gaat dan natuurlijk is.
  • Ook de hoge CO2-gehaltes eisen hun tol: het jaagt de groei van planten aan, maar dit gaat ten koste van de voedingsstoffengehaltes (en de houtkwaliteit van bomen).
  • Als plaagdieren en ziekten een plant aanvallen, maakt de plant een heel scala aan stoffen aan. Waarschijnlijk zijn deze stoffen heel belangrijk voor onze gezondheid. Sommig eten wordt steriel geteeld, of zonder plaagdieren en ziekten. Dit zou enorme gevolgen kunnen hebben voor het gehalte aan fytonutriënten.

Wel koken we onze groenten veel korter, waardoor er minder voedingsstoffen verloren gaan. Maar sommige voedingsstoffen, zoals kalium en magnesium, spoelen zo makkelijk uit dat dat niet veel helpt. Het kookwater moet je dus opdrinken, of op een of andere manier in het gerecht verwerken.

Ook als je gezond eet kun je toch niet aan voldoende voedingsstoffen komen in verhouding tot de calorieën die het voedsel bevat. Er zijn veel te weinig onderzoeken, maar ze duiden wel duidelijk op een neerwaartse trend. Het verschilt wel enorm per soort. Zo is er een onderzoek waaruit blijkt dat je van een bepaalde appel tegenwoordig vijftig stuks moet eten om evenveel voedingsstoffen binnen te als je vijftig jaar geleden binnenkreeg bij het eten van één exemplaar. Dat krijg je simpelweg niet aangegeten. Maar bij andere soorten is dit verschil veel kleiner.

Om weer gezond voedsel te krijgen is er dus meer nodig dan alleen een gezonde bodem. Maar zonder gezonde bodem is gezond voedsel een illusie.

Hier vind je een studie (McCance/Widdowson) naar de mineralenverarming over de periode 1940 tot 1991.

Zelfs als je uitsluitend groente en fruit eet, kom je niet aan alle benodigde voedingsstoffen. Maar heel veel voedselachtige substanties worden onterecht als voedsel gezien. Illustratie: maker onbekend
Vorige artikel
Volgende artikel
5+