Welkom bij de minicursus Composteren kun je leren!

Composteren is niet moeilijk. Als je een paar dingen weet, dan kun je compost van hoge kwaliteit krijgen. In deze mini-cursus behandel ik de belangrijkste dingen, zoals het verschil tussen groen en bruin (wat meestal verkeerd beschreven wordt), het verschil tussen koud en heet composteren, wormencompost, fermenteren en nog veel meer.

Het kan best zijn dat je nog vragen hebt, die kun je stellen via het forum.

1+

Rijping versus rotting

Voor een gezond composteringsproces heb je een composthoop nodig waar genoeg zuurstof in kan komen. Ik kom er uitgebreid op terug, maar ik wil eerst even het verschil uitleggen tussen een rotting- en een rijpingsproces.

  • Bij een rottingsproces zijn anaerobe bacteriën actief. Anaerobe bacteriën produceren gifstoffen en -gassen die schadelijk zijn en bijdragen aan het verlies van voedingsstoffen:
    • stikstof gaat verloren in de vorm van ammoniak (NH3) (wat tevens voor verzuring zorgt in de directe omgeving);
    • fosfor gaat verloren in de vorm van fosfine (of fosfaan) (PH3) (wat een heel giftig gas is, in hele lage concentraties kun je daar al onwel van worden);
    • koolstof (C) verdwijnt in de atmosfeer als methaan (CH4) (wat een sterk broeikasgas is);
    • zwavel (S) verdwijnt in de atmosfeer als waterstofsulfide (H2S) (bekend van de rotte-eierenlucht);
    • daarnaast worden er niet-volatiele gifstoffen geproduceerd en alcoholen – die laatste doden in concentraties van een paar moleculen per miljoen al de cellen van plantenwortels.
  • Bij een rijpingsproces zijn aerobe bacteriën actief. Deze hebben een totaal andere stofwisseling. Maar er zijn ook schimmels en actinobacteriën actief. Actinobacteriën werden vroeger actinomyceten genoemd omdat ze zich als schimmels gedragen, maar het zijn stiekem toch bacteriën. Omdat deze organismen een voor ons veel gunstigere stofwisseling hebben, is het eindproduct een stuk gezonder:
    • stikstof en andere voedingsstoffen worden geïmmobiliseerd in de lichamen van de micro-organismen;
    • zink (Zn) wordt vrijgemaakt, zodat planten het kunnen opnemen. Dit is zeer belangrijk voor de weerstand van plant en dier (en mens dus);
    • schimmels produceren vitaminen en enzymen (zoals chitinase) en maken sporenelementen opneembaar voor planten.

Ook in een gezonde bodem komen anaerobe organismen voor, maar gezien hun stofwisseling moeten ze niet gaan domineren. Goede compost verbetert de structuur, waardoor de lucht makkelijker in de bodem komt en ook beter vastgehouden wordt.

1+

Waarom zou je composteren?

Er zijn heel veel redenen om te composteren. Ik ga ze niet allemaal opnoemen, maar een paar kan ik er wel noemen:

  • Je verbetert er de structuur van de bodem mee, waardoor water beter kan infiltreren en beter vastgehouden wordt.
  • Daardoor is er ook meer ruimte voor lucht, zodat plantenwortels en het bodemleven beter kunnen ademen.
  • Je voegt ongeveer 100.000 verschillende micro-organismen aan de bodem toe, waardoor de biodiversiteit toeneemt.
  • Die grote diversiteit is in staat om een heel groot deel van de vervuiling die aanwezig in de materialen af te breken. Hoewel de vervuiling natuurlijk schadelijk is voor het leven in de composthoop, ken ik geen plekken waar meer onschadelijk wordt gemaakt.

Er zijn natuurlijk ook redenen om niet te composteren. Je kunt er bijvoorbeeld te lui voor zijn of te weinig materiaal hebben. Dat is ook prima! Laat dan het organisch materiaal in de tuin liggen. Let wel op dat je geen stikstofrijke materialen bij vaste planten legt, dat kan ten koste gaan van de symbiose met schimmels.

1+

Structuur

Goede compost heeft een goede structuur: er zit ruimte tussen de kruimels, zodat lucht en water de composthoop binnen kunnen komen en ook weer kunnen verlaten. Als je goede compost komt dat ten goede aan de bodemstructuur.

Een composthoop met een te open structuur (met te veel grof materiaal) zal makkelijk uitdrogen en dan valt de compostering stil.

Als je te veel groene materialen gebruikt, zal er onvoldoende lucht de hoop binnen kunnen komen en dan krijg je slechte compost. Deze heeft geen goede structuur en stinkt meestal. Het is beter deze niet te gebruiken.

1+

De ideale composthoop

Composteren is alleen composteren als het een gecontroleerd proces is. Je moet regelmatig controleren of alles nog goed verloopt. Maar het begint al bij het opzetten: dan let je op de juiste verhoudingen. Deze zijn ongeveer:

  • Een koolstof-stikstofverhouding die tussen de 25:1 en 30:1 ligt. Elke 5% die je hiervan afwijkt kost je 30% van de voedingsstoffen. Ik leg dit verderop uit.
  • Een vochtigheidsgraad van ongeveer 50%. Ergens tussen de 40 en 60% is prima, dat is de vochtigheid van een uitgeknepen spons.

Om dit te bereiken kun je het makkelijkst in lagen werken: lagen van ongeveer 15 centimeter bruin, kun je afwisselen met lagen van 5 centimeter groen. Na het opzetten kun je de lagen door elkaar mengen, zeker als het groene materiaal al een beetje is gaan rotten.

Wat groen is en wat bruin leg ik in het volgende stuk uit.

0

Wat is groen en wat is bruin?

De termen ‘groen’ en ‘bruin’ zijn een beetje ongelukkig gekozen, maar ik gebruik ze toch maar. ‘Stikstofrijk’ en ‘koolstofrijk’ zouden betere termen zijn, want daar gaat het uiteindelijk om.

In de meeste boekjes staat het verkeerd, dus ik heb een makkelijke definitie:

  • alles wat je in de lente en zomer oogst is groen
  • alles wat je in de herfst en winter verzamelt is bruin

In de boekjes staat meestal dat houtige materialen bruin zijn en niet-houtige groen. Dat dit niet altijd klopt heb zelf vast wel een gezien: een hoop houtsnippers kan gaan broeien, wat wil zeggen dat er nog vrij veel stikstof in zit. Als je houtsnippers zou maken van een dode boom dan klopt het wel, maar meestal worden ze gemaakt van levende bomen die gesnoeid zijn.

De kleur zegt niets over het stikstof- of koolstofgehalte. Als je in het voorjaar of zomer gras maait, is het stikstofrijk (groen) en is de kleur ook groen. Als je er echter hooi van maakt, verandert de kleur in bruin maar blijft het materiaal groen voor de composthoop: als je het nat maakt gaat het gewoon broeien. Dus eigenlijk moet je weten wanneer het geoogst is. Je zou het kunnen zien als er zaden in zitten: dan zit alle stikstof in de zaden en is het materiaal dus bruin.

Als je gras in het najaar maait, zit de stikstof dus al in de zaden en is het bruin ook al is de kleur nog groen. Als je er hooi van maakt, blijft het bruin.

0